|
Lifestyle -
Columns
|
|
Geschreven door Levine Diecken
|
|
zaterdag, 31 december 2011 06:30 |

Als ik binnenkom zit hij op dezelfde plek als altijd, weggedoken in een gigantische nieuwe stoel. Ja die kan echt alles, vertelt mijn moeder. Benen omhoog, leuning naar achter, rugmassage-stand, ga zo maar door. Speciaal op maat gemaakt. Zelf vindt hij het onzin, de kleur is wel mooi en voor de rest is het gewoon een stoel net als alle andere stoelen: om op te zitten.
Twee jaar gingen voorbij sinds mijn laatste bezoek en hij neemt het me kwalijk. Hij kijkt me recht aan. Zoekend naar een gespreksonderwerp vraag ik naar parkiet Pietje, die vroeger altijd vrolijk in het raam stond te zingen. Hij heeft nooit een parkiet gehad. Mijn moeder vult aan dat Pietje vlak na mijn oma overleden is, meer dan zestien jaar geleden. Lange tijd stond Pietje nog opgezet in zijn kooi bij het grote raam, maar het zingen viel wat tegen.
Ik loop een rondje door het gigantische huis, waar hij nog altijd zelf woont. Ik dwaal door het huis, van kamer naar kamer. Elke kamer heeft de geur van mijn verleden, ik open deuren en verwacht mijn oma aan te treffen. Aangekomen op de speelzolder boven, waar nu slechts wat dozen staan kan ik de tranen niet bedwingen. Alle dinsdagen uit mijn jeugd, verkleden op zolder en pannenkoeken bakken in de keuken, van de trapleuning glijden en rondjes rennen door de garage.
Terug beneden ziet hij mijn waterige ogen. Komt volgens hem door die rot moffen, die dit huis leeg haalden voor de Antlantikwal. En dit keer geef hem maar gewoon gelijk. We drinken mijn oma's thee en praten wat over nichtjes en neven, over het weer, over zijn studententijd en hoe hij de moffen uit de sociëteit probeerde te houden. Hij maakt grappen over de huidskleur van de thuishulp en klaagt wat over de telefoon die het niet doet omdat het de afstandsbediening van de televisie blijkt te zijn. Ik vraag of hij nog plannen heeft voor oud en nieuw. Hij geeft hetzelfde antwoord als altijd: dat hij wel van een feestje houdt, maar vandaag helaas moet voetballen.
Hij heeft het niet zo op vrouwen, niet op Duitsers, niet op apparatuur, niet op het idee dat hij misschien het huis uit moet waar hij in 1916 geboren is en dat gebouwd werd door zijn vader, mijn overgrootvader. De laatste tip die ik meekrijg is om van het leven te genieten, want voor je het weet zit je in een luxe stoel met een afstandbediening waarmee je niet eens kunt bellen en met een parkiet die niet meer zingt. Geniet van het leven dinges, roept hij me na, en waag het niet me weer zo lang op een bezoekje te laten wachten.
|